Van Maasland naar Nepal – Pakistan

Dag 41_13-04-2014

Na de spullen ingepakt te hebben zijn we weer op weg gegaan. Het was nog zo’n 250 kilometer rijden naar Kerman. Bijtijds bereikten we de stad waar we na 2 pogingen een hotel hadden gevonden. Na wat gegeten en gedronken te hebben was het tijd voor een bandenwissel. De Continental TKC 80 bandjes hebben het goed uitgehouden, maar het profiel begon nu toch wel aardig op te raken. We hadden overigens het vermoeden dat dit voorlopig ook het laatste geschikte moment kon zijn om de banden te wisselen, dus hebben we daar gebruik van gemaakt. Na een rondje rijden door wat straten kwamen we terecht bij een zaakje met een bandenwissel-apparaat. We hebben zelf de wielen gedemonteerd en in de zaak hebben ze de banden verwisseld. Na een uurtje werk konden we weer op weg met nieuwe Heidenau K60 bandjes. Na de eerste meters bleek meteen al dat deze bandjes wat soepeler rollen maar ook iets inleveren qua grip. Terug in het hotel hebben we even helemaal niks gedaan, waarna we ‘s avonds de stad in zijn gelopen op zoek naar een eettentje. Zoals we onderhand al wel gewend waren in Iran, is dit niet eenvoudig. Veelal is het óf fastfood óf rijst met kip / kebab. Tot we een reclamebord zagen bij een restaurant waar we nieuwsgierig naar binnen zijn gelopen. Het resultaat was uiteindelijk rijst met droge kip en een uitgedroogde voorverpakte salade. De verdere avond hebben we gespendeerd in het hotel met het bijwerken van de foto’s, verslag en meerdere pogingen om het te versturen wat uiteindelijk gelukt is met de computer van de receptie.

Dag 42_14-04-2014

Vandaag was het plan om naar Zahedan te rijden. Dit is de laatste grote stad voor de Pakistaanse grens. Na wat water, eten en olie ingeslagen te hebben zijn we op weg gegaan. Het duurde niet lang of we reden tegen een muur van hitte in. De temperatuur leek wel verdubbeld te zijn vergeleken met de vorige dagen. Het landschap veranderde in een verlaten, dor en droog geheel met zo her en der oases met heuse stukken palmbos. Je vizier kon je beter dicht houden, deed je hem open dan leek het of de oven recht in je gezicht stond te blazen. Al zwetend reden we menig kilometer weg, we hadden namelijk zo’n 500 kilometer voor de boeg deze dag en we zouden graag voor het donker werd in Zahedan zijn. Het gebied rond de Pakistaanse grens schijnt namelijk iets minder plezierig en veilig te zijn en in het donker rijden is al tobben maar nu was het helemaal geen optie. Politieposten onderweg werden wat serieuzer wat het duidelijk maakte dat we de grens langzamerhand naderde. Het medeverkeer op de weg bestaan voor 90% uit vrachtwagens en de 125cc motortjes die je overal in Iran ziet waren ook aardig uit het straatbeeld verdwenen. Al meerdere malen hadden we het idee gehad in de middle of nowhere te zijn beland, maar dit leek er nog veel sterker op. Vele kilometers rijden over een lange weg door een kale woestijn met af en toe een enkele berg. Niks meer langs de weg dan een strook van elektriciteitsmasten. Dorpjes die niks voorstellen maar waar een tankstation kan zijn liggen meer dan 100 km van elkaar af, dit was duidelijk echt een verre uithoek van Iran.

Eind van de middag reden we weer een gebied in met meer bergen, de lucht werd meer bewolkt en de temperatuur begon eindelijk te dalen. Rond een uur of zes passeerden we een zwaarbewapende checkpoint voor de stad Sahedan. We reden de stad in en gingen op zoek naar een hotel. Het eerste hotel dat we tegenkwamen bleek vol te zitten. Wij nog vol goede moed weer op de motor gestapt opzoek naar het volgende hotel. Na een tijdje rond cirkelen vonden we een tweede hotel; weer vol… Nu waren we echt in een enorme uithoek beland waar we moeilijk konden geloven dat hotels hier volgeboekt zouden zijn. De meeste hoteleigenaren spraken ook nog eens geen woord Engels en konden ons dus ook niet echt verder helpen. Na nog een tijd rond gereden te hebben door de stad, hebben we een taxi aangehouden die ons naar een volgend hotel zou leiden. We bereikten een groot hotel wat ons goede hoop gaf, maar uiteraard was het weer volgeboekt. We werden doorverwezen naar een volgend hotel.Onderweg daarheen passeerden we vele militaire en politie basissen. Toen we het hotel bereikt hadden zijn we weer vol frisse moed naar binnen gestapt, met wéér hetzelfde resultaat: vol. Maar nu kregen we ook de reden te horen: We zijn in een van de meest afgelegen steden van Iran, vlak bij de Pakistaanse grens en geen toerist die hier te vinden is. Maar blijkt dat uitgerekend precies morgen de president van Iran Zahadan komt bezoeken! Dit met als resultaat dat alle hotels al een tijd vol geboekt zijn. Het was onderhand al donker geworden omdat we al uren bezig waren met het vinden van een slaapplek. We zijn terug het centrum ingereden, waar we nog twee hotels tegen zijn gekomen die uiteraard beiden vol waren. Maar naast een van de hotels zat iets van een toeristen / reis informatie loket die nog open was rond dit late uur. We zijn naar binnen gestapt en hadden ons slaapplek probleem verteld aan een goed Engels sprekende man. Na vele telefoontjes had hij een laatste optie. Er zou om 22:00 een kamer vrij komen in een klein hotelletje. Wij ons hierheen laten dirigeren door een taxichauffeur en naar binnen gestapt. Eerst leek het erop dat alles klopte, maar toen we buiten geholpen werden door een jongen met het vinden van een geschikte parkeerplek voor de motor bleek het hele verhaal toch niet door te gaan… Nu waren we toch even echt ten einde raad.

Vermoeid van de dag rijden in de hitte, nog terend op een laat ontbijt, dit alles in het donker in een stad die niet echt als veilig wordt genoemd. Maar ja, we hadden de afgelopen dagen heerlijk genoten in Shiraz en dus was het blijkbaar weer tijd voor een andere wending. We stonden bij de motoren toen een jongen die een half Engels woord sprak ons tegemoet kwam. Na even overleggen met zijn vader werd de politie gebeld die na een minuut of 10 bij ons waren; twee politiewagens met agenten en goed bewapende militairen erin. We kregen een escorte door de stad opzoek naar een geschikte slaapplaats! Een van de militairen was een jongen die in zijn verplichte diensttijd zit. Hij was de enige Engels sprekende van het gezelschap en hij vertelde dat we moesten volgen en benadrukte nog eens dat Zahedan alles behalve veilig was en dat we dus nergens onze motoren onbeveiligd achter konden laten of vrij moesten gaan rondlopen in het donker. De zwaailichten gingen aan en we gingen onder escorte naar een volgend hotel. Na twee hotels kregen de agenten ook door dat alles vol zat en we dus op zoek moesten naar een andere optie. Het was onderhand al goed laat en de laatste optie was een politie punt ergens in de stad. We stopten bij een van de politieposten (niet meer dan een politiecaravan met een afgezet stukje straat, een bunkertje waar constant een militair op de uitkijk zit en wat agenten in de caravan die 24 uur per dag de boel een beetje observeren). We konden de motoren op hun stukje zetten en de tent hier ook op het asfalt opzetten. Wij dus de tent midden in de stad naast de politie caravan opgezet en een kop thee met de jongens gedronken. De Engelssprekende militair die van onze leeftijd was nam ons mee naar een eettentje dichtbij. Een heerlijk mega broodje kip en een koud drankje deden wonderen. We praatten wat met de jongen die blijkbaar blij was ons te kunnen helpen tijdens zijn diensttijd. Iedereen gaat hier verplicht met dienst waarna je pas je paspoort krijgt. Hij liet nog eens blijken dat velen net als hem niet blij zijn met de politieke toestand in het land. Na een goed gesprek zijn we weer terug naar de politie caravan gegaan waar het een af- en aangaan was van goed bewapende militairen die hier de hele dag en nacht een beetje patrouilleren. Uiteindelijk zijn we de tent ingegaan waar we een poging tot slapen hebben gedaan.

kamperen in Zahedan

Dag 43_15-04-2014

Om 05:30 ging de wekker om ons klaar te maken voor de laatste kilometers richting de Pakistaanse grens. We ruimden de spullen op, zeiden de jongens gedag en reden de stad uit. De stad was nu al in het vroege uur omgetoverd tot een groot militair bolwerk wegens de komst van de president. Snel wegwezen hier dus. Bij het eerste check point net buiten de stad werden we al staande gehouden waar we de paspoorten moesten afgeven. Na 15 minuten wachten was alles goed en konden we weer verder. Nog zo’n 70 kilometer te gaan tot de grens. Niet veel verder bereikten we een tweede check point waar we weer de paspoorten af moesten geven. Weer na zo’n 15 minuten konden we verder, maar dan dit maal onder begeleiding van een pick up waar wat militairen inzaten. Zij hebben ons naar de grens begeleid door het laatste stuk Iran in dit niemandsland. Bij de grens ging er een van de militairen met ons mee om alles te regelen. Na een uurtje wachten en wat posten afgegaan te zijn hadden we ons exit stempel in de Carnets en konden we het hek passeren en Pakistan betreden. Nu nog de grenspost van Pakistan, maar er was niet meer te zien dan een klein betonnen hokje met wat mannen ervoor die in de schaduw zaten. We moesten de paspoorten laten zien waarna we snel verder konden. Een man liep met ons mee naar een ander oud gebouwtje. Hier moesten we het een en ander invullen, tekenen en werden onze gegevens in de computer gezet. Dit alles gebeurd in oude, lege betonnen kamertjes waar niet veel meer dan een bureau in staat. Het ging er totaal anders aan toe dan in Iran. We zijn nog langs een half politiebureau gestuurd, bunkertje van zandzakken, kantoor met een serieuze meneer en toen gingen we eindelijk naar het douaneloket waar de Carnets gestempeld zouden worden. Het was een wirwar aan loketten die allemaal ergens anders in het dorpje zaten. Bij het loket gingen we naar binnen waar we op een oud stoeltje moesten gaan zitten. Er kwam een boek op tafel, waarvan ik niet wist dat deze afmetingen bestonden, het grote boek van Sinterklaas is er werkelijk niks bij. Maar de mannen waren vriendelijk en tot grote opluchting spreken de meesten hier redelijk Engels. We kregen een heerlijke kop thee en alles werd geregeld. Na een half uurtje konden we buiten in de schaduw plaats nemen waar we moesten wachten op de lokale politie. Na 5 minuten wachten konden we de motoren starten en een man op de brommer volgen.

Jelle met Levies

We gingen naar het politiebureau waar we eerder die ochtend ook al langs waren geweest. Dit bleek later overigens geen politie te zijn, maar de Levies. Een soort van bewapende eenheid in Balochie kledij die de provincie Balochistan moet beschermen. We kregen hier te horen dat we pas morgen onder escorte zouden vertrekken en de dag hier dus verder binnen de muren met hoog prikkeldraad zouden spenderen. We hebben de motoren neergezet en zijn gaan zitten. Maar slecht was het zeker niet; men was vriendelijk tegen ons en we genoten van wat thee en een heerlijk middagmaal. Alle Levies gasten hier lopen met flinke machine geweren, wat naast voetbal dan ook de grote hobby van de inwoners van Balochistan moet zijn volgens een van de Levies jongens. Een beetje schieten en voetballen in je vrije tijd. Twee van de Levies waren in de hoek gaan zitten en begonnen hun voeten en handen met een goedje in te smeren wat op modder leek. Ze riepen ons erbij en smeerden ook onze binnenkant van de handen in. Het had een heerlijk verkoelend effect, maar het laat ook een fel oranje kleur achter wat volgens hun nog een dag of 4 a 5 blijft zitten. De temperatuur is hier goed hoog en de meesten doen hier dan ook vrij weinig op de binnenplaats. Een beetje zitten en het schouderbandje van het geweer bijstellen. Midden op de binnenplaats staan drie wagens waarvan er een goed doorzeeft met kogelgaten is. Een van de Levies vertelde mij in gebrekkig Engels dat het iets van een drugs auto op de vlucht was. Nu staat hij een beetje weg te roesten en te pronken midden op de binnenplaats. We zijn overigens niet de enige die hier bij de Levies logeren. Er zijn hier wat celblokken waarvan er een vol zit met een man of tien. Na een praatje met hun gemaakt te hebben (meerendeel van de tijd kunnen ze namelijk gewoon buiten op de binnenplaats rondlopen) blijken ze in Iran opgepakt te zijn. Het zijn Pakistanen die zonder visa de grens over zijn gegaan en die weer teruggeleverd zijn aan Pakistan, waar ze nu wachten om terug te gaan naar de provincie Punjab waar ze vandaan komen. We krijgen wat brood met bonen in een sausje als avond eten, wat overigens zeer goed smaakt.

Net voordat we willen gaan slapen komt een van de Levies mij tegemoed en vraagt of ik even naar de computer kan kijken. Ik loop met hem mee het kantoortje in waar een stokoud ding staat. Hij probeert een spelletje te spelen die steeds vast loopt net voordat hij kan beginnen. Nu ben ik niet echt diep onderlegt in de computers, maar leg dat maar is uit aan de beste man. Dus ik doe wat pogingen om misschien de oorzaak te kunnen vinden. Jelle vergezelt ons enige minuten later, maar we komen er niet echt uit. Totdat we erachter komen dat alle levels werken behalve level 1. We vertellen hem dat hij maar moet beginnen bij level 2 en zo verder kan spelen. Blij als een kind kruipt de man (geschat rond de 60) in de meest beroerde positie achter de computer en begint met zijn maat aan het spel. En het spel is eigenlijk het mooiste van het alles. Ze spelen een zwaar verouderd spel, waarin ze een Amerikaan zijn op Russisch grondgebied en waarbij ze allemaal missies moeten oplossen. Ze schieten wat in het rond met exact hetzelfde geweer als waar ze de hele dag mee rond lopen en welke ook pal naast de computer staat. Als twee kleine kinderen genieten ze van het schietspel waar fictie en nonfictie niet ver van elkaar af zijn.

We zijn moe van de lange dag en gaan in een kantoortje op de grond liggen om te slapen. Gelukkig draait er een fan aan het plafond wat voor enige verkoeling zorgt.

Dag 44_16-04-2014

Terwijl ik dit schrijf zit ik heerlijk met een koud frisdrankje op een bed te typen in een heerlijke, rustige hotelkamer. En dat terwijl vandaag toch echt geen lucky day was…

Vroeg worden we wakker, waarna we wachten tot we onder escorte kunnen vertrekken richting Quetta. Er zit allemaal nog niet veel schot in en een voor een worden de mannen wakker. Ze komen uit alle vertrekken en sommige hebben de nacht zelfs lekker op het dak doorgebracht. Maar rond een uurtje of negen kunnen we eindelijk op pad. Een oude pick up met drie gewapende Levies gaan ons voor en wij moeten volgen. Eerst stoppen we nog even in het dorpje om te tanken. Het tankstation is nog minder dan een hutje waar je zegt hoeveel liter je wilt hebben. Dan gokt hij het af met een jerrycan, pakt een trechter die in het tankgat gestopt wordt en schenkt de tank vol. Een oude doek op de trechter dient als zeef om blijkbaar het goedje nog even te filteren. In het dorpje maken we ook kennis met de Pakistaanse trucks die waanzinnig versierd zijn. Wanneer we het dorpje uit rijden, rijden we direct weer het niemandsland in. Alles is bruin, steen, stof, heet, uitgestrekt met niks tot aan de verre horizon en een zeer slecht wegdek; welkom in Balochistan! Na nog geen 15 kilometer gereden te hebben stoppen we. We zijn namelijk bij het eerste checkpoint. We moeten onze paspoorten laten zien in een kamertje waar onze gegevens in een boek genoteerd worden.

De hele weg naar Quetta (zo’n 650 km) zit vol met deze check points waar ze nauwlettend het verkeer in de gaten houden. Het reist niet echt snel maar het is voor onze eigen veiligheid. De mannen zijn vriendelijk, we krijgen wat water en kunnen weer verder. Overigens, wanneer je sommige checkpoints hier ziet zou je zweren midden in een oorlog beland te zijn. Zware machinegeweren op een fundatie achter een bunker of pantservoertuigen die opgesteld staan met Levies die ook geen klein geschut dragen. Wij kijken er al niet meer van op, het is eigenlijk de normaalste zaak van de wereld hier in Balochistan. We rijden weer verder en verder de woestenij in. De weg is op vele plekken meer dan beroerd maar de gang zit er goed in, tot op een moment dat we niet meer zullen vergeten.

De Pickup rijdt voor, Jelle volgt en ik rij achter aan. Verder is er niemand op de weg te bekennen. Ineens zie ik Jelle op de weg naar de berm wijken tot hij geleidelijk de berm in rijdt. De berm bestaat uit zand en grind, een soort gravel. Door de snelheid die we hebben (zo’n 100 km/uur) en het gewicht van de motor begint zijn motor direct hevig te slingeren. Terwijl ik het zie gebeuren weet ik hoe laat het is. In een fractie van een seconde verliest de motor zijn grip en maakt Jelle samen met de motor een flinke smakkerd met een grote stofwolk en schuifpartij als gevold. Ik rem, gooi mijn motor op de grond en ren naar Jelle toe. De pickup rijdt nog zo’n 200 meter door totdat ze zien wat er gebeurd is en spoeden zich naar ons toe.

Details over deze minuten laten we maar even achterwege, maar het komt er op neer dat het even heel en heel erg schrikken was. Jelle heeft toch een redelijke klap gemaakt, maar gelukkig droegen we goede motorkleding wat veel gescheeld heeft. Het volgende checkpoint was niet ver weg en vanaf daar kwamen ze met nog een pick up. Hier hebben we Jelle zijn motor ingeladen en deze samen met mijn motor bij het checkpoint veilig neergezet. Met de andere pickup zijn we zo’n 65 km terug naar Taftan gereden waar de dichtstbijzijnde dokterspost was. Onderhand was Jelle weer bijgekomen maar had wel flink pijn van wat schaafwonden en de klap van de helm op de grond. De dokter in Taftan heeft de schaafwonden schoongemaakt en behandeld, een spuit tegen infecties gegeven en nog wat pillen meegegeven. Het was een zeer pijnlijke val, maar voor zover we van geluk mogen spreken zijn het alleen oppervlakkige wonden. We mochten van de dokter niet betalen en gingen weer terug naar het Levies gebouw waar we de ochtend vertrokken waren. Toen we de poort binnen liepen, zag je iedereen kijken; heey wat doen jullie hier zonder motoren? Tot ze uiteraard Jelle zagen en wisten hoe laat het was.

Levies room Taftan

De Levies waren erg vriendelijk en we werden weer goed behandeld. Jelle is gaan liggen en slapen in een rustig vertrek. Ik heb wat drinken en eten gekocht bij een shopje om de hoek en heb het meerendeel van de dag samen met de Levies doorgebracht. Wat spelletjes, potje handbal en vooral niks doen (waar ze helden in zijn). Het gaat zo ver dat als je wilt opstaan om een stukje te lopen, ze zeggen; relax, relax. Toen de ergste hitte weg was ben ik nog met twee van hun in de pickup het dorpje in gegaan opzoek naar een nieuw stuurtje. Het is hier namelijk wel zo dat je niet zelf even de poort uit kan lopen, wat het allesbehalve een vrij vakantie gevoel geeft. Tijdens de rit door het dorpje had ik het geluk dat ik wat mocht filmen van hun, wat later ook niet altijd mogelijk bleek in deze hoek. Jelle had nog veel last van de val, maar maakte het verder redelijk goed naar omstandigheden. De dag duurde lang; je bent op zich vrij man, maar toch leef je op de binnenplaats tussen een paar muren met prikkeldraad en gewapende mannen. Het contrast kon niet groter met de goede dagen die we afgelopen tijd in Iran hadden gehad. Terwijl Jelle rust nodig had en lag te slapen gingen er veel gedachten en herinneringen van de reis tot zo ver door mijn hoofd. Niet voor te stellen wat er tot zo ver allemaal gebeurd is, we meegemaakt hebben en vooral ook aan wisselingen aan goede en slechte momenten. De avond nog wat gegeten, wat weer goed smaakte en een van de mannen geholpen met zijn laptop.

Dag 45_17-04-2014

De ochtend werden we weer wakker op een niet al te zachte ondergrond in een van de kantoortjes. Jelle voelde zich iets beter ondanks goede spierpijn, trekkende schaafwonden en een opgezet gezicht. Maar we zouden kijken of we vandaag toch een stukje konden rijden. We zijn weer in de pickup gestapt en naar de motoren gereden. Na een kleine reparatie en een kop thee gingen we weer op weg. We kregen een escorte van de volgende pick up. Om de paar checkpoints keert de escortewagen om en gaat de volgende verder met je. Het wegdek werd nog slechter dan dat het was. Op vele stukken kon je beter offroad rijden dan op de weg blijven. De snelheid lag soms niet hoger dan 40 km/uur. Op sommige stukken was het helemaal oppassen, daar waar zand op de weg was geblazen. Halve stukken weg dat duin was geworden en hoge zandbanken die je niet over het hoofd moet zien.

Niet veel later stopte de pickup omdat hij blijkbaar problemen met de brandstof had. De mannen zeiden dat de volgende checkpoint dichtbij was en we er op eigen houtje heen konden rijden. We reden verder een kilometer of 20 en bereikten inderdaad het volgende checkpoint. Weer gegevens noteren, een slok water en we konden weer op pad.. De weg werd wat beter en de snelheid kon iets omhoog. Halverwege bij een checkpoint hebben we nog wat warm gegeten en thee gedronken. Een beetje raar, maar eigenlijk krijg je niet een heel onveilig gevoel. Nog nooit hebben we zo veel bewapende gasten om ons heen gehad. Bij alle checkpoints weten ze al dat er twee jongens op een motor aankomen waarvan er eentje een schuiver heeft gemaakt. Maar alles wijst er toch wel op dat het een apart gebied is. Soms passeren er doodnormale pickups met zwaar geschut opgesteld in de achterbak en de jongens in de achterbak van de escorte zijn heel de tijd aan het relaxen, maar zodra er een auto stil langs de weg staat worden gelijk de machine geweren erbij gepakt.

Eind van de middag zijn we gestopt bij een klein stadje en zijn naar een hotel gegaan waar uiteraard ook weer menig Levies of agent voor de deur staat. Het is heerlijk om even een hotel kamer te hebben waar je je even kunt afzonderen na deze dagen waar je werkelijk geen moment rust krijgt. Eind van de dag kwam er stroom op de stopcontacten wat ook niet verkeerd was. De jongens van de escorte zitten momenteel constant buiten voor het hotel en dienen echt als een soort persoonlijke beveiliging. We konden wat foto’s maken, maar het was toch niet de bedoeling dat we even het stadje inliepen om nog een fotootje te maken. Na een heerlijke koude douche is het weer tijd om straks te gaan slapen. Morgen op naar Quetta om toch snel de provincie Balochistan te verlaten. Een plek dat bijzonder is om meegemaakt te hebben, maar waar je echt totaal niks kan en bijna nul vrijheid hebt.

Dag 46_18-04-2014

We zijn vroeg opgestaan om de spullen in te pakken en ons klaar te maken voor de rit naar Quetta. Vandaag zouden we niet de enige in de escort zijn. Drie auto’s met Pakistanen uit Londen rijden ook mee richting Quetta. Na een praatje met de heren blijken ze even in minder dan 7 dagen naar Pakistan gereden te zijn vanuit Londen! En dit zonder afwisselen van rijder… Wanneer we aansluiten achter de pickup blijkt deze escorte nog wat serieuzer te zijn. Voor rijdt een pickup met een achterbak vol soldaten die ditmaal ook helmen en kogelwerende vesten dragen. Wij volgen en achter ons rijden de auto’s uit Londen. De rij wordt gesloten met nog een pickup vol gewapende gasten. Voor we het dorpje uit rijden stoppen we nog even om de tanks vol te gooien.

Wanneer we op pad gaan wordt het wegdek al weer snel meer dan beroerd. Wij kunnen met de motoren de voorste pickup nog wel redelijk volgen, maar de heren uit Londen, waarvan twee auto’s een Toyota prius zijn, hebben de grootste moeite met het wegdek, zeker omdat ze uiteraard de auto een beetje willen sparen. Al snel rijden we een totaal ander landschap in. Voor het eerst betreden we een woestijn die uit zandduinen bestaan. De snelheid ligt vele stukken niet hoger dan 20 tot 40 km/uur. Dit kunnen nog een lange 350 kilometer worden door dit niemandsland, denk ik bij mezelf. Maar het uitzicht is prachtig, de temperatuur weer goed heet en we vermaken ons prima. Jelle weet het ook redelijk uit te houden ondanks dat zijn ongeval nog geen twee dagen geleden is. Die dag volgen er ook weer vele checkpoints wat de rit er niet sneller op maakt. Maar later op de dag betreden we iets beter wegdek waardoor de snelheid wat omhoog kan. Al blijft het oppassen hier, hoe mooi de weg ook lijkt er zijn overal obstakels, drempels, gaten of er missen soms hele stukken.

Het landschap verandert weer enorm, terwijl de rit vordert. Zwarte rotsen die uit het niks in het gele zand opsteken, groene gebieden en dan weer droge stukken waar vele zandwervelwinden zich om ons heen verplaatsen. Gedurende de weg doorkruisen we niet meer dan een enkel minidorpje en de eerstvolgende plek van een beetje beschaving zal dan ook pas in Quetta zijn. Eind middag bereiken we Quetta, waar we met een escorte de stad ingereden worden. In de stad kom je ogen en oren te kort. Je hebt werkelijk al je concentratie nodig voor het verkeer, maar om je heen is ook zo veel te zien. In een oogwenk zie ik een zijklep van een tourbus open gaan. Zo’n klep waar normaliter tassen in gestopt worden, maar ditmaal staat hij vol met geiten. Vrachtwagens waar mensen meeliften voor op de bumper en overal wegafzettingen, zware beveiliging en prikkeldraad. In Quetta zit namelijk ook wat overheid, wat goed te merken is aan de hoeveelheid beveiliging en politie in de stad. De escorte de stad in gaat ditmaal onder begeleiding van een pantservoertuig waar een Pakistaan bovenop een beetje heen weer wenkt en schreeuwt om de weg vrij te maken.

escort Quetta

Dan splitsen we op, de Pakistanen uit Londen gaan naar een bekende toe, waarna ze de volgende dagen ook hun weg richting Lahore zullen vervolgen. Ze geven ons een adres van een hotel in de buurt en nog hun telefoon nummer voor als we hun hulp nodig hadden. De heren spraken uiteraard goed Engels en Pakistaans en hadden ons al met wat dingen geholpen onderweg en ze boden aan om in Lahore te helpen met het opknappen van de motoren. Vooral na Jelle zijn crash, is de motor toe aan wat goed onderhoud.

Wanneer we bij het hotel belanden zijn we volledig gesloopt van de dag. De gehele dag nog niks gegeten, maar wel een zware rit gehad. We ploffen neer in de kamer en gaan nog even de straat in om een poging te doen tot pinnen. Wanneer we de straat inlopen worden we al snel aangesproken door een autoverkoper, die ons uitnodigt voor een kop thee. Als we verder bij een bank belanden blijkt deze uiteraard geen mastercard te accepteren. Op de terugweg schieten we een winkeltje in om wat te eten en te drinken te kopen. We worden weer gelijk aangesproken door meerdere mensen. Vooral Jelle valt goed op met de plekken op zijn gezicht van de valpartij. We kiezen wat koeken en frisdrankjes uit en willen afrekenen. Als we willen afrekenen worden we aangesproken door een andere man in de winkel. Hij wil graag onze boodschappen betalen, dus lopen we de winkel uit met twee zakken vol gratis lekkers. Ook hier in Pakistan worden we weer overweldigd met een vriendelijkheid en gastvrijheid die we in Nederland niet kennen.

Eenmaal in het hotel genieten we van de koeken en drankjes waarna we nog even naar beneden gaan om een goed avondmaal te eten. Het eten is hier weer vele malen beter dan het eentonige menu in Iran. De hoteleigenaar vertelt ons dat de volgende ochtend de politie om 07:00 klaar staat om ons weer verder op pad te begeleiden. We zullen dan eerst in de ochtend een document ophalen, waarna we verder naar Multan zullen rijden.

In de avond vallen we niet al te laat, maar volledig uitgeblust, in slaap.

Dag 47_19-04-2014

De wekker gaat om zes uur en we worden langzaam wakker. Om 06:30 gaat de telefoon dat de politie eraan komt voor de escort. Eenmaal buiten, de spullen inladend arriveren inderdaad 3 agenten. Ik geef ze een hand waarna ze vragen of we het document hebben. Gisteren was ons verteld dat we deze eerst met hun op zouden gaan halen en dus vertel ik dit aan de agenten. Ze lopen het hotel in naar de eigenaar waar ze beginnen te praten. Blijkt het volgende: Hier in Quetta moet je ergens een NOC document verkrijgen waarmee je verder kan reizen, dit document heb je voornamelijk nodig om de provinciegrens over te steken. Eerst zeggen de mannen dat het kantoor pas om half tien open gaat, maar na een belletje blijkt dat het kantoor twee dagen dicht is en we kunnen wachten tot maandag!

Wanneer we de Pakistanen uit Londen spreken en het probleem uitleggen, wil een van de mannen proberen of hij iets voor ons kan regelen. Met een beetje geluk kunnen we later in de middag weg. Jelle voelt zich nog niet helemaal goed en blijft in bed liggen terwijl ik op zoek ga naar een bank in de stad om te pinnen. De hoteleigenaar wil mij helpen met het vinden van een bank en we stappen in een riksja, hetzelfde als de bekendere tuktuk; de driewieler wagentjes die niet vooruit te schijten zijn, maar wel lekker goedkoop en waar er hier honderden van rondrijden als taxi. Na vele banken af te zijn gegaan zonder succes gaan we weer terug naar het hotel. Alle banken accepteren geen mastercard maar er schijnt toch ergens een internationale bank te zijn waar het zou moeten lukken, maar ik probeer het later nog wel een keer.

winkel Quetta

Later op de ochtend neem ik nog een keer een riksja het centrum in en loop wat rond en zie een winkeltje waar ze geweren verkopen. Nieuwsgierig stap ik even naar binnen om te kijken en de eigenaar spreekt mij aan in goed engels. We praten wat terwijl ik naar zijn assortiment kijk. Je kunt hier werkelijk alles krijgen in de categorie wapens. De man weet mij te vertellen dat er welgeteld één bank in heel Quetta is waar ik kan pinnen en legt de weg uit. Als ik bij de bank aankom is de poort weer goed beveiligd. Inderdaad kan ik geld opnemen en wanneer ik naar buiten loop word ik aangesproken door de beveiliging; ik moet even een kopje thee komen drinken. Ze drinken hier in Pakistan overigens doorgaans 3 soorten; zwarte, groene en melk thee. De melk thee is niet al te best, de zwarte is wel okee, zeg maar een beetje zoals wij hem kennen, maar de groene is buitengewoon goed.

Wanneer ik terug loop heb ik zin om nog even een rondje door de straten te lopen en bedenk me dat we nog wat onderdelen voor de motoren nodig hebben. Vooral een goed stuur zou niet mis zijn. Mijne is namelijk vervangen door een brommer exemplaar die aan de smalle kant is voor de zware motor. Onderweg wordt ik weer door velen aangesproken; of ik foto’s van ze wil maken, thee kom drinken of het standaard praatje met de standaard vragen waar je onderhand goed moe van wordt. Dit totdat ik door een man wordt aangesproken en vraagt waar ik naar opzoek ben. Ik vertel hem dat ik een nieuw stuurtje zoek en hij loopt met me mee. Wanneer ik hem volg en we wat straatjes inslaan, belanden we in een waar brommer walhalla.

brommer shop

Straatjes vol met uitsluitend brommerwinkeltjes. Overal liggen de onderdelen op straat en iedereen is aan het sleutelen. Ik vermaak me ten zeerste maar al snel blijkt dat een motorstuur vinden lastig wordt. Na wat shops af te zijn gegaan belanden we in een winkeltje die als enige motoronderdelen verkoopt. Uiteraard weer een bak thee, maar geen succes. Na nog een stukje rond slenteren pak ik een riksja terug naar het hotel. Het is begin middag en er bestaat een mogelijkheid dat we dadelijk kunnen vertrekken. We wachten geduldig af in de hotelkamer zonder succes. Het resulteert in een hele middag hotelkamer zitten. Onderhand krijg ik echt de behoefte om hier weg te gaan. Op zich is er genoeg te zien hier en zeer vriendelijke mensen, maar soms voel je je hier echt een halve gevangene wegens de beperkte vrijheid en de moeite die het kost om verder te trekken. Ik leg me er maar bij neer dat we moeten wachten tot maandag al is het misschien wel even goed voor Jelle als hij even rust kan pakken.

Wanneer ik nog even de straat inloop om wat eten en drinken te kopen voor in de hotel kamer word ik weer geconfronteerd dat dit niet in 5 minuten gaat tenzij je stug hard doorloopt. Thee drinken bij wat mensen die graag hun winkeltje trots showen, praatje hier en een praatje daar. Nog een gratis terug ritje met een riksja vermaken we ons de avond in het hotel. Een film die op de tv is onder zwaar verkrampt beeld, verslag bijwerken, beetje dapen (niksen) en nog is goed nadenken over waar we nu eigenlijk onderhand wel niet zijn beland. Pakistan zien we in Nederland toch als een synoniem voor terroristen, geweld, armoede en problemen. Okee ik moet toegeven dat het niet volledig clean hier is, alle escortes, bewaking en militairen op straat zullen er niet voor niks zijn. Maar Pakistan heeft zeer zeker ook een totaal andere kant te bieden waar ik de volgende dag nogmaals veel meer mee geconfronteerd zal worden.

jongetje in Quetta

Dag 48_20-04-2014

Nog een dag niksen trek ik niet. Jelle kan vandaag de rust nog even goed gebruiken, maar we gaan de ochtend wel even gezamenlijk de stad in om even rond te kijken. Voor we op weg gaan met een riksja kopen we nog wat nieuwe lampjes voor de motoren om de hoek. Eenmaal in de stad maken we een rondje waar we uiteraard binnen de kortste keren weer uitgenodigd worden voor thee. Ditmaal in een kleine machine werkplaats waarin ze werk verrichten aan de motortjes van brommers. Een prachtplek waar ik mijn ogen uit kijk en wegdroom in het idee ooit over zo’n mooi machine parkje te beschikken. Eenmaal terug in het hotel neemt Jelle zijn rust en ga ik zijn motor een beetje opfrissen na de valpartij. Verlichting repareren, wat dingen recht zetten, tellerhuis maken en nog wat kleine dingetjes. De kisten hebben een aardige klap gehad waardoor het een en ander scheef staat, wat volgens mij ligt aan een verbogen achterframe. Al is het niet rampzalig, maar het ziet er gewoon een beetje schraal uit. Ik rij met de motor de straat in waar een paar shopjes zitten die misschien wel een reparatie uit kunnen voeren. Onderhand begin ik bekend te worden hier bij de mensen in de straat en al snel komen ze naar me toe. Een minderheid hier spreekt Engels en dus helpt een man tolken met wat er moet gebeuren. Ik vraag of ze het een en ander kunnen richten en ik begin de koffers eraf te halen. Binnen 5 minuten staat er grote groep kinderen om de motor heen die het allemaal reuze interessant vinden. Nu is kijken wat ze er aan kunnen doen. Ze kunnen hier een hoop fixen, maar het zijn echt een stel beunhazen bij elkaar.

motor repareren Quetta

Ze komen aan met wat grote pijpen om te wrikken en te buigen. Maar zo lang het met enige souplesse gaat is het goed. Na wat pogingen staat het geheel iets rechter (nog steeds niet 100%, maar dat gaat ook niet meer zo makkelijk) en schroef ik de kisten weer terug. De montage gaatjes van de zijkoffers moeten iets opgeboord worden en alweer moet je er echt met je ogen bij blijven, want ze hadden bijna het gat 3 maal groter in diameter geboord.

Op de parkeerplaats van het hotel zijn twee jongens al heel de dag houten planken aan het zagen en schaven. Ook dit is weer een vermakelijk tafereel. Stroomdraden van de machines die om een paar spijkers in een plank zijn gewonden om contact te maken. En zoals gebruikelijk valt de stoom hier meerdere malen per dag uit, zo ook nu. Dan maken ze even een lange pauze en het werk ligt weer helemaal op zijn gat. In het hotel vraagt de hoteleigenaar waar we waren deze ochtend. Ik vertelde hem dat we even de stad in waren. Maar hij vond dit een dwaze actie van ons zonder politiebegeleiding.

Het is hier een beetje dubieus; iedereen is zeer bezorgd dat je wat overkomt en overal krijg je escortes en beveiliging. Maar de mensheid hier in de stad is zo gastvrij en vriendelijk dat je niet echt weet wat nu de echte situatie is. Ik moet toegeven dat zeker buiten de stad in de bergen je goed op je hoede moet zijn, maar hier in de stad voelt het eigenlijk wel comfortabel aan. Overigens kun je geen 50 meter lopen zonder een militair of agent te passeren, niet normaal hoeveel van die gasten hier lopen. Ze zijn ook allemaal erg behulpzaam als je ze wat vraagt.

Wanneer ik weer de hoteleigenaar tegen het lijf loop vraagt hij of hij mij het park mag showen dat achter het hotel ligt. Ik loop met hem mee het park in en hij doet voorkomen als of het een van de zeven wereldwonderen moet zijn. Maar ik kan je vertellen, ik heb nog nooit zo’n lelijk, droog, dor en vies park gezien. Ik moet overal foto’s van maken van hem en doe dan ook net alsof alles prachtig en mooi is en alsof ik de camera helemaal vol schiet. Het is hier Happiness Day wat waarschijnlijk wat te maken heeft met Pasen. Vele Christenen vermaken zich in het park. Voor het eerst zie ik zowaar meerdere vrouwen en nog zonder hoofddoek ook. Je kan hier namelijk hele tochten door de stad maken en het aantal vrouwen dat je tegenkomt is dan op een hand te tellen. Zo bizar dat het straatbeeld hier volledig uit mannen bestaat. Mannen van begin 20 die al lang getrouwd zijn, kinderen hebben en waarvan de vrouw waarschijnlijk heel de dag binnen zit.

Het park heeft overigens ook nog wat attracties staan die in tegenstelling tot het park zelf wel vermakelijk zijn om naar te kijken, een niet al te groot reuzenrad is er een van. Aangedreven door een autoband met een motortje er aan heb ik nog nooit een reuzenrad zo snel rond zien draaien. De bakjes schommelen alle kanten op, remmen is niet langzaam afremmen maar gewoon in een keer stil staan en het hele gebeuren ziet er zwaar verouderd uit. Menig achtbaan in Nederland zal denk ik minder adrenaline opwekken dat dit ‘onschuldige’ reuzenrad. Na het park gezien te hebben ga ik nog even wat eten en drinken kopen. Nog geen 20 meter verder en een paar jongens wenken me die ik al eerder gesproken had. We kletsen een beetje en een van de jongens biedt me aan om achterop zijn brommer te stappen om langs de winkeltjes te rijden. We kopen eten en drinken en ontmoeten nog wat van zijn vrienden. Als de avond valt ben ik terug in het hotel waar Jelle op de kamer ligt. We eten wat fruit en andere dingen die ik gekocht heb en spenderen weer een avond op de kamer.

Dag 49_21-04-2014

Bijtijds worden we wakker, want de politie zou vroeg ter plaatse zijn om met ons naar het Home Department te gaan waar we het NOC document konden aanvragen. Na lang wachten en nog een extra belletje kwam de politie er eindelijk aan rond half elf. We zijn op de motoren gestapt en volgden hun richting het Home Department. We betraden een goed beveiligd gebied in de stad, zetten de motoren op het parkeerterrein en liepen naar binnen. We kwamen terecht in een niet al te groot kantoorkamertje waar het een grote bende was. Massa’s papieren, enkele oude bureaus en een computer die zwaar verouderd was. We schudden de mannen een hand, gaven de paspoorten af en moesten gaan zitten op de bank die er aanwezig was. Niet veel later kwam er een Duitser binnen die ook voor het NOC document kwam. Ook hij ging dezelfde richting als ons op en al snel werd duidelijk dat de we met zijn drieën in een escorte zouden gaan.

Na meer dan een uur wachten waarin niet echt veel gebeurde, werden we naar een tweede kantoortje verder in de gang gestuurd. Ook hier namen we weer plaats op de bank. De grote baas die hier een of andere krabbel moest zetten was blijkbaar nog niet aanwezig, dus het kon nog even duren. We kregen een kop thee en een Engelstalige krant. Eenmaal de krant open geslagen hoefde je toch niet veel te lezen om te weten in wat voor gebied we zaten. De mensen hier zijn zeer vriendelijk en tot zo ver hadden we nog niks meegekregen van het feit dat Baluchistan als gevaarlijk gebied wordt gezien, maar volgens de krant bleek dat er twee dagen geleden nog een vuurgevecht met wat bandieten in Quetta was geweest. Een week eerder iets van een bommetje op een politiegebouw en een poging tot neerschieten van een of ander bekende Pakistaan (en dan was de krant nog niet uit). Volgens de locals zijn hier nog wat hoeken (waar je overigens ook niet in kan) waar wat Taliban zit die nog voor de nodige overlast zorgen.

Na weer een tijdje gewacht te hebben was de krabbel gezet en gingen we naar een derde kantoortje. Ook hier namen we weer plaats. Bureaus met stapels papieren waar wat mannen en een vrouw niet veel anders deden dan stempels of krabbels zetten, of andere korte gegevens neerschrijven. Het was goed te zien wie hier blijkbaar de leiding had. Een man aan het hoofd van de bureaus die niet meer deed dan af en toe een belletje plegen en een oud tv scherm op zijn bureau waar continu iets van reclames afgespeeld werden waar hij zo nu en dan zijn blik op worp. Het was vermakelijk om te zien, voor de eerste tien minuten dan, maar na een uur begon het toch wat lang te duren.

Na 2 uur wachten werden we weer terug naar het eerste kantoorkamertje gestuurd waar we uiteraard ook weer een tijdje hebben gezeten. Al met al konden we na vijf uur wachten naar buiten met ons NOC document. Een A4’tje waar niet veel boeiends op staat voorzien van een stempel en handtekening. Vandaag vertrekken zou ‘m niet meer worden en ook op het A4’tje stond de volgende dag als reisdatum aangegeven. We hadden al uit gechecked bij het hotel en zijn naar het hotel gegaan waar Jens (de Duitser) overnachtte in zijn camper, omdat we morgen toch ook de escort gezamenlijk kregen. Bij aankomst van het hotel was een van de eerste vragen die we kregen van de hoteleigenaar of we bier wouden kopen. We zaten onderhand al weken zonder een lekker koud pilsje en konden hem ondanks de flinke prijs niet afslaan. Na nog een tijd met Jens gelachen en gesproken te hebben zijn we naar de kamer gegaan waar we genoten hebben van het welverdiende pilsje!

Dag 50_22-04-2014

Al vroeg stonden de heren van de escorte op de stoep en spoeden we ons om ons gereed te maken voor vertrek. Het is namelijk zo dat een hoop hier nogal traag gaat, maar zodra je in een escorte zit lijken ze overal haast mee te hebben. We vertrokken en werden weer afgewisseld door auto’s en kleine pantserwagentjes die ons soms met sirene en al aan de stad uit brachten. Vlak voor we de stad uit reden stopten we even kort om weer van escorte te wisselen. Net toen ik weg wou rijden kwam er een man voor mij staan en fluisterde; hasjes, hasjes. Nog voordat ik wat kon zeggen of weg kon rijden stopte hij wat hasj onder mijn handschoen en reed ik dus weg met gratis hasj. Ja wat moet je hier nu weer mee? Heel veel zin om drugs toerist te spelen had ik niet en met een zwaai viel de hasj uit mijn handschoen.

Toen we met Jens spraken die overigens graag hasj rookt, kwamen we er achter dat hasj redelijk normaal is hier in Balochistan. Bijna iedereen rookt het. Zo liet Jens een foto zien waar hij een joint rookte met meneer de agent naast hem op de bijrijderstoel. Blijkbaar volledig normaal hier, een beetje hasj. Eenmaal de stad uit kwamen we al snel in een bergachtig gebied terecht waar de weg slingerend doorheen liep met uiteraard weer een lekker beroerd wegdek. De escortewagen deed of hij een Formule 1 coureur was en racete overal doorheen. Zowel wij als Jens hadden moeite om hem bij te houden zeker omdat we toch nog wat meerdere dagen op de motor wouden zitten. Eenmaal bij het volgende checkpoint, waar de escorte weer afgewisseld zou worden, konden we wachten. We hadden veel te snel gereden en de volgende wagen was er nog niet. Dus even wachten in de zinderende hitte tot de volgende escort mannen er waren en we konden onze weg weer vervolgen.

Het gebied waar we overigens door heen reden was echt fantastisch. Kale mooi gevormde, niet al te grote rotsen waar de weg kronkelend doorheen slingerde. Langszijde een blauw riviertje die door een kiezelbedding kronkelde met zo hier een daar fel groene vegetatie. Later op de dag reden we het bergachtige gebied uit en kwamen we op een lager gelegen vlak stuk terecht. De temperatuur werd er niet minder op en de escortes die we hier hadden reden op een of andere manier niet harder dan 40, terwijl het wegdek eindelijk redelijk was. Bloedverziekend heet en met deze snelheid zou het nog heel lang duren eer we in de volgende stad aan zouden komen. We zouden onderhand Balochistan uit moeten rijden, maar nog niks wees hierop. We hadden tot dusver ook nog geen enkele keer ons NOC document hoeven laten zien bij de vele checkpoints en het leek erop of we gewoon zonder dat stomme ding op weg hadden kunnen gaan.

Verder in de middag stopte de wagen van de escorte plotseling en wenkte dat we verder moesten rijden. Nu gebeurde dit wel vaker en dan reed je een kilometer verder waar de volgende escort wagen stond te wachten. Menig kilometer reden we nu zonder escort. Vandaag hadden we nog geen tijd gehad voor een ontbijt of ook maar een tussendoortje en we waren toe aan een rust in de warmte na de zware kilometers. Zolang je in een escorte zit lijkt het wel onmogelijk om even een rust te nemen en dus was dit het moment bij uitstek. We vonden een plek langs de weg waar een boom voor een beetje schaduw zorgde. We parkeerden de motoren bij Jens zijn bus. We aten wat koekjes in de schaduw en Jens zette een heerlijke bak koffie en al snel zaten we lekker en namen een goede hijs van een van de joints van onze Duitse vriend. O wat was het lekker om even een korte pauze te kunnen nemen. Een man stopte met zijn auto en sprak ons aan. Het was een Pakistaan die ons vertelde dat we maar beter door konden rijden omdat het niet echt een al te best gebied was. Maar we hadden nog een nieuwe bak koffie en konden de rust echt even goed gebruiken en besloten dus nog even te blijven.

even rustig ont bijten

Niet lang voordat we weer op weg zouden gaan kwam er een pickup met wat soldaten over de weg aanrijden. Eigenlijk het punt waar we al op wachtten en wat we aan zagen komen. Zodra de heren ons zagen zitten stopten ze en kwamen ze ons tegemoet om ons toch vriendelijk te verzoeken om snel verder te rijden om dit gebied te verlaten. We hadden in ieder geval ons momentje gehad en gingen weer fris verder op pad. Wat kilometers later hebben we nog wat escortes van wat brommers gehad waarna het toch echt afgelopen was en de vrijheid teruggekeerd leek te zijn. Geen enkel teken dat we Balochistan hadden verlaten en ook geen enkel moment het NOC document nodig gehad.

We reden door naar het stadje Sukkuh waar wel wat hotels moesten zitten. Toen we de stad inreden zijn we gestopt bij het eerste thee tentje dat we tegenkwamen. Een doek, over wat palen gespannen, moest voor enige schaduw zorgen. Er waren wat houten banken en bedden en een vuurtje waar thee opgemaakt wordt. We namen plaats en voordat we er erg in hadden stond het halve dorp weer om ons heen. Maar de thee was heerlijk, we namen een snelle verfrissende douche onder de waterpomp en gingen weer op pad om een hotel te vinden. Na wat pogingen zijn we uiteindelijk na een lange dag bij een hotelletje beland. We waren Balochistan uit en bevonden ons nu in Punjab.

Eigenlijk nu pas vond ik een goede plek voor de ervaringen in Balochistan. Je kan het gebied gewoon perfect zien als het tegenwoordige wilde westen, niet meer niet minder. Een uitgestrekt woestijn dor en droog gebied met enkele wegen die zeer slecht van kwaliteit zijn. Af en toe een dorpje waar niet meer dan weinig is. Wapens zijn het dagelijks straatbeeld en menig bandiet vermaakt zich blijkbaar nog prima hier. Vele sheriffs (Levies) die de orde een beetje proberen te bewaken en in plaats van het drinken van whisky zit iedereen hier aan de hasj. Regels lijken ver te zoeken te zijn en de inwoners zijn geweldig. De vriendelijkheid en behulpzaamheid van de mensen is misschien wel hetgeen wat het geheel zo scheef maakt. Volgens vele moet het toch niet een al te veilig stuk grond zijn hier, maar je krijgt uiteraard niet direct hier alles van mee en de mensen zijn zo vriendelijk dat het soms moeilijk te realiseren is waar je eigenlijk bent en wat de situatie hier is. Het is dat alles hier onder escortes gaat, wat toch een niet volledig vrij gevoel met zich meegeeft en het reizen er niet makkelijker op maakt, maar anders zou het een geweldig gebied zijn voor als je weer eens wat anders mee wilt meemaken. Nog een voorbeeld: Jens had zijn pen vergeten bij een checkpoint. Een week later kwam hij terug op dat punt, omdat hij de verkeerde weg opgeslagen was. Een Levies man kwam naar hem toe en gaf zijn pen terug die hij al die tijd bewaard had! Zegt genoeg over de mensen hier, het was niet meer dan een eenvoudige pen!

Dag 51_23-04-2014

De ochtend zijn we rustig gestart en we besloten nog een dag samen met Jens te reizen die ook richting India op weg was. Zo rond het begin van de middag gingen we op pad over de weg die richting Multan gaat. Het leek wel nog warmer geworden te zijn en het verkeer was werkelijk een grote chaos. Vele stukken weg waren open gebroken waardoor twee richtingen over één weg gingen, dit alles met absurde inhaal acties, veel getoeter, gedruk en spannende momenten tot gevolg. Hier gaat overigens ook alles over dezelfde hoofdweg. Van auto tot trekker tot truck tot ezel of kameel met houten kar en brommer.

Het duurde voor het gevoel eeuwen voordat we de eerste honderd km afgelegd hadden en gesloopt stopten we ergens langs de weg in de schaduw en namen een korte pauze. We wachten even op Jens die een stuk achter reed omdat hij wat meer moeite had om zich met de grote bus door het verkeer te werken. Toen we weer verder op pad gingen werd de verkeerssituatie gelukkig wat beter. De banen waren weer gescheiden, het asfalt was redelijk en het was ook niet al te druk op de weg. We reden nog een stukje en stopten bij wat tentjes langs de weg om wat te eten in te slaan.

in Punjab

We zouden namelijk vanavond gaan kamperen en hadden dus wat voedsel nodig. Overigens, het gebied waar we ons nu bevonden was een totaal ander Pakistan als dat we van Balochistan gewend waren. Jelle bleef even bij de voertuigen terwijl ik met Jens wat shopjes af ging. Nog geen 10 minuten later liepen we terug naar de voertuigen waar zich weer een mega groep mensen omheen stond en ik had zelfs moeite om bij mijn motor te komen. We reden verder en niet veel later zijn we een klein weggetje ingeslagen waar we met toeval al snel op een prachtplek beland waren. Het blijkt toch wel dat Pakistan echt zulke mooie en gevarieerde gebieden te bieden heeft. Na alle droogte waren we nu in een groen gebied met vele plantages. Een zand pad dat kronkelend langs een langzaam bruin stromend riviertje liep. Sprookjesachtige bomen aan de waterkant en notenbomen afgewisseld met palmbomen als uitzicht.

zwemmen

We vonden een goede plek om te overnachten en het duurde niet lang of we hadden onze zwembroek aan om een duik te nemen in het water. Wat was dit niet normaal lekker na een hete, hele hete dag. Uiteraard hadden we al snel weer wat toeschouwers die zich al lachend vermaakte. Een beetje zeep erbij, beetje zwemmen en we waren volledig opgefrist. Toen de zon onder ging hebben we de avond voor de bus van Jens gespendeerd. Wat gegeten, gedronken, gepraat en niet te vroeg gaan slapen. Veelal heb je niet vaak de keus en beland je in een of ander hotel, maar wild kamperen is toch wel zo veel lekkerder, we waren er gewoon weer echt ontzettend aan toe. De nacht bracht een prachtige sterrenhemel en een orkest aan dierengeluiden met zich mee.

kamperen Punjab

Dag 52_24-04-2014

De volgende ochtend ging de wekker rond een uur of 05:00. We wilde namelijk vandaag naar Lahore rijden wat nog een goede zeshonderd kilometer rijden was. Kilometers die toch iets minder snel gaan dan de kilometers in Europa. We ontbeten nog samen met Jens die een heerlijk eitje gebakken had. We pakten de spullen, zeiden Jens gedag en gingen op pad. De ochtend was het nog heerlijk qua temperatuur, de wegen werden alsmaar beter en de kilometers reden we goed weg. De dag bestond uit niet veel meer dan rijden, rijden en rijden. Het zadel leek in Nederland een prima zadeltje, maar met zulke ritten is het toch geen zacht zadeltje meer.

De middag was uiteraard weer goed warm en na zo’n elf uren sturen bereikten we Lahore. Toen we Lahore inreden en uiteraard geen benul hadden welke richting we op moesten begon het langzaam weer donker te worden. De grote stad Lahore gaf een totaal andere indruk dan dat we tot voorheen meegekregen hadden in Pakistan. Voor ons was het toch iets meer westers en gaf het veel minder het Pakistan-gevoel dat we hiervoor gehad hadden. Na wat rond vragen voor een juiste bank (we hadden namelijk hard cash nodig en hadden de laatste centen aan benzine gespendeerd) vonden we toch redelijk snel de juiste bank waar we met mastercard overweg konden. Het was al laat en hadden dichtbij een hotelletje gezien waar we de nacht geslapen hebben.

Dag 53_25-04-2014

We zijn op weg gegaan naar de Wagha border om de grens met India over te steken. Na een km of vijfentwintig bereikten we de grenspost rond een uur of elf. Alle grensovergangen gingen tot nu toe anders, veelal geen touw meer aan vast te knopen maar wel vermakelijk om mee te maken. Zo ook ditmaal, we reden stapvoets richting de grens en al snel werden we staande gehouden voor een paspoort check bij een gebouwtje waar een bord Customs stond. Toen we ernaar toe reden wenkte er al een man dat we zijn kant op moesten komen. We zetten de motoren neer en volgden hem met onze papieren.

In een klein kantoortje gaven we de paspoorten en Carnets af om het Carnetgebeuren te regelen. Ineens begonnen de mannen te piepen over een missende stempel in het paspoort van Jelle. Wat er mis was?. In Iran en later ook in India wordt alleen het Carnet gestempeld bij de Customs, maar volgens de heren moest er ook een stempel in het paspoort staan. Dus de normale stempel van het imigration office en een van de Customs. Nu had mijn paspoort er wel een uit Taftan en die van Jelle niet. We hadden dit nooit meer gecontroleerd omdat we niet wisten dat ze een stempel zetten in zowel het Carnet als het paspoort. Doodleuk vertelden de mannen dat we terug naar Taftan konden om de stempel te halen. Nu kan er een hoop, maar dit was voor ons toch echt niet mogelijk. We probeerden de situatie een beetje uit te leggen aan de mannen en al snel draaiden ze gelukkig wat bij. Uiteindelijk zagen ze de missende stempel door de vingers, kregen we de exit stempels en was het Carnet weer geregeld.

Nu werden we door gestuurd naar de Imigration dienst voor de paspoorten. Na wat papiertjes ingevuld te hebben was dit ook snel geregeld en konden we op naar India. Voor we de poort verlieten moesten we uiteraard nog een paar keer de paspoorten laten zien waarna we de poort van India betraden. Hier herhaalde het liedje zich weer. Paar keer paspoort laten zien, gegevens invullen en een handtekeningetje zetten. Allemaal weer zo onduidelijk als wat, maar uiteindelijk kwam er een man aan die ons de weg wees. We betraden een gebouw waar we weer een formuliertje in moesten vullen en door konden voor de stempel in het paspoort. We liepen naar een van de drie balies en legde het paspoort neer. De vrouw keek met een chagrijnig gezicht op en zij dat we moesten gaan zitten en geroepen zouden worden. Wij dus gaan zitten, maar na een goed half uur zat er nog geen schot in. Wij naar een andere balie gelopen waar de man ons vertelde dat hij het druk had en we moesten gaan zitten, we zouden geroepen worden. Wij weer gaan zitten. Na een lange tijd wachten zat er nog steeds geen schot in en stonden we maar weer op en liepen dit maal naar de middelste balie. De man was met wat anderen bezig en we wachten netjes op onze beurt. Dit ging door tot er een omstander doorhad dat we toch al wel erg lang aan het wachten waren. Hij sprak de balie medewerker in het Indisch aan en na 5 minuten waren we gelijk aan de beurt. Het had even geduurd maar eindelijk ging er wat gebeuren. Toen de paspoorten geregeld waren gingen we door naar de Customs voor de Carnets. Hier werden we gelukkig wel direct geholpen, maar alsnog nam het allemaal veel tijd in beslag. Al met al reden we rondt een uurtje of vier eindelijk vrij India in!

Nou, de bommetjes en kogels zijn ons om de oren gevlogen. Overal lag de Taliban op de loer en we zijn ternauwernood aan het gevaar ontsnapt. Nee, Pakistan was een geweldig land, zeer en zeer vriendelijke en gastvrije mensen. Mooie natuur en pracht landschappen. Okee helemaal 100% veilig is het nog niet (Balochistan), maar je kan er prima een vakantie heen boeken als je eens wat anders wilt dan het bekende. Het was een pracht ervaring!

10 Comments
  1. Carla de Goede
    May 3, 2014 | Reply
  2. May 3, 2014 | Reply
  3. May 3, 2014 | Reply
  4. Martha
    May 3, 2014 | Reply
  5. May 3, 2014 | Reply
  6. Marcel
    May 3, 2014 | Reply
  7. robin
    May 4, 2014 | Reply
  8. May 4, 2014 | Reply
  9. Marianne
    May 5, 2014 | Reply
  10. marleen
    May 5, 2014 | Reply

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Blog: Back Home From Home Blog: East Infection Blog: Maasland naar Nepal Blog: Op weg naar het noorden Blog: Peters grote motorreis Blog: We Want Adventure Filmpjes & verslagen
IMG_20180714_073521
Reizen: Haute-Vienne (F)

Na enkele moeilijke maanden werd het tijd om de batterijen even terug...

colledellassietta_01
Offroad route: Cresta dell’Assietta (Italië)

De bergkam Cresta dell’Assietta is een 36 kilometer lange onverharde weg die nergens...

ElspethBeard
Elspeth Beard – Riding into History

In dit korte filmpje spreekt de Britse dame Elspeth over haar...

Bagage, kit & pakken Eten, drinken & koken Kleding Overnachten Sleutelen Universeel
xl350_carburetor_before_ultrasonic_cleaning-768x1024
How to: Carburator revisie met ultrasoonreiniger

Wanneer je een oudere motor koopt, is deze voorzien van carburatoren...

howto_banden_herstellen_11
How to: Snel herstellen van een motorband

Zat je net helemaal in je ritme, sta je plots aan...

Motorchef01
MotorChef 2017 de samenvatting

Wij doen maar wat. Eigenlijk doet iedereen maar wat, maar meestal...

Kamperen Kleding Motoren Reisverslagen & boeken Tenten Tools Vakmanschap
honda_xl350r_review_09.jpg
Honda XL350R: Review na 1.000 kilometer

Ondertussen staat er 1000 kilometer extra op de klok van de...

Tutoro01
Tutoro chain oiler na 100k kilometers

Dingen waar ik doorgaans gelukkig van kan worden zijn de dingen...

Foto6
Product Review: Hippo Hands

Deze review werd geschreven door lezer Rik Noorman. Na het besluit...

Tour des oeufs site en fb-01
Tour des oeufs! Paasweekend 2019

Tour des oeufs! Oftewel de eiertour! Geen zin in paaseieren zoeken,...

MA_wintertreffen_header_2019
MotorAvonturist Wintertreffen 2019: 16-17 februari 2019!

Nog een kleine week en het is zo ver! Wintertreffen 2019...

IMG_20181103_192907
Afscheid van een luchtbed in Ardense vrieskou

 Tijdens het eerste weekend van November organiseerden we het ondertussen zesde...

Herfsttreffen_2018
Herst treffen 3-4 november – Informatie

Nu de bladeren stilaan hun tijdelijke woonplaats verlaten en de zomer...

IMG_20180402_152345.jpg
Honda XL350R: back on the road

Na de snelle aankoop van mijn oude Enduro werd meteen de hele...

xl350r_01
Het zwarte gat: 1985 Honda XL350R

Ben je bekend met de aandoening van motoritis? Het is een...

poll_03
Project Enfield Bullet 350 – STEM: Hoe moet het nu verder? Herstellen, transplantatie of dieselombouw?

Nu het blok nogal stevig in de soep is gedraaid, krijgt...

Royal_enfield_Bullet_350_21
Project Enfield Bullet 350 – Operatie motorblok

Zoals dat gaat met nieuwe projecten, begon ik vol goede moed...